In Memoriam Klaas Johannes van der Sloot (1 oktober 1959 – 7 maart 2026)

“Dan zullen daar de Urker Zangers staan”

We kennen Klaas van der Sloot al sinds hij als twaalfjarige jongen met zijn vader meeging naar de repetities van het koor van zijn oom Frits Bode, toen nog in het Hervormd Centrum. Toen hij in 1980 zelf lid werd, voelde het voor hem als thuiskomen — alsof hij altijd al bij ons had gehoord. Klaas was een zangvriend in de volle betekenis van het woord: muzikaal, trouw, warm en altijd betrokken. Hij reisde met ons mee naar Amerika, Denemarken en Wales en droeg daar zichtbaar bij aan de onderlinge band die ons koor zo kenmerkt. Hij kende ons repertoire soms beter dan menig dirigent. Altijd dat streven naar perfectie — en als het kon nog een toontje hoger. Zelfs toen hij als predikant al lang niet meer op Urk woonde, bleef hij komen wanneer het maar even kon. Hij leed aan de Urker Zangerskoorts: eens aangestoken, kom je er niet meer van af.

Klaas hoorde bij de Urker Zangers en andersom. Tijdens de hoogtepunten van zijn predikantschap in Oosternijkerk, Diever, Voorthuizen en Nijkerk stonden wij vaak naast hem. Waar Klaas stond, stond het koor vroeg of laat ook. Zijn gemeenten leerden ons kennen als de klank die bij Klaas hoorde — een verlengstuk van zijn stem. En wij mochten ervaren hoe hij als dominee door zijn gemeenten werd gewaardeerd: om zijn warmte, zijn toegankelijkheid en om de manier waarop hij het geloof in sprekend beeld en woord dichtbij de mensen wist te brengen. Een dominee die naar zijn mensen toeging en sprak over zijn hemelse Vader alsof Die naast hem stond. Toen hij op 1 oktober 2023, op zijn 64ste verjaardag, met emeritaat ging, stonden we opnieuw naast hem. Het werd een dienst vol muziek en beleving, precies zoals hij het voor ogen had — gedragen door woord én zang.

Klaas in zijn element als zingende voorganger met zijn vrienden van de Urker Zangers

En toen kwam 13 februari van dit jaar die diagnose: uitgezaaide alvleesklierkanker. Drie weken. Meer tijd kreeg hij niet. Maar zelfs daarin bleef hij dezelfde Klaas: helder, rustig, vertrouwend. Het ziekbed werd een plaats waar geloof en verwachting samenklonken in de liederen die wij zongen. Klaas zei eens: “Een rouwkaart is eigenlijk een verhuisbericht.” Hij wist waar hij naartoe ging. Hij wist dat hij mocht thuiskomen. In dat vaste vertrouwen is hij op 7 maart overleden.

Een week later stonden we opnieuw in de kerk in Voorthuizen voor de dankdienst voor zijn leven. Samen met leden van zijn andere koor ‘Men of Hope’ vormden we één groot mannenkoor, een indrukwekkend geheel. Klaas had de dienst zelf tot in de puntjes voorbereid: samenzang, koorzang, thema en zelfs aanwijzingen voor de voorganger. Alles ademde zijn geloof, zijn karakter en zijn liefde voor de muziek.

Bij het binnendragen klonk “Blijf bij mij, Heer”. Zijn kinderen spraken woorden van dank en herinnering, gedragen en oprecht. En toen kwam dat moment dat wij nooit zullen vergeten: wij stonden als koren om zijn kist heen, alsof we hem nog één keer in onze kring hadden. We zongen de liederen die hij zelf had uitgekozen: Psalm 42, zijn lievelingspsalm, en die van de familie. “Zing van Zijn trouw” en “Ruwe stormen mogen woeden” als krachtige belijdenis dat God niet loslaat en dat Hij zelfs door de dood heen nieuw leven geeft. Ontroerend was het moment waarop zijn zevenjarige kleinzoon Jonathan jr. zich bij de zangers voegde, een stille, veelzeggende voortzetting van wat Klaas zo lief was.

Uit Johannes 14 werd gelezen: “In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen.” Volgens dominee Baalbergen ging het Klaas juist om dat woord: ‘woningen’ — ruimer, voller, een plaats van echt thuiskomen. Daar heeft Klaas altijd op gewezen en naar uitgezien. Dat klonk ook door in de samenzang: “Door de nacht van strijd en zorgen … gaan wij zingend door de nacht, door één Geest tezamen verbonden, naar de kust waar God ons wacht.” Jacob Schenk zong het lied “Vaders huis”, waarin de woorden “thuis te komen in Uw huis” naadloos aansloten bij Klaas’ eigen geloofsbelijdenis. Ons lied “Straf mij in Uw gramschap niet” was nog op het laatste moment vanaf zijn ziekbed toegevoegd, veelzeggend en doorleefd. Psalm 116, met de prachtige tenorbovenstem, eindigde met het ‘thuiskomencouplet’: “Ik zal met vreugd in ’t huis des Heren gaan.”

We sloten af met “Coming Home”, met de solo van zijn broer Frits van der Sloot. Het klonk als een diep en oprecht verlangen: Lord, I’m coming home. Samen met de vele aanwezigen zongen we uit volle borst het antwoord op alles: “Dan zingt mijn ziel tot U, o Heer, mijn God: hoe groot zijt Gij.”

Onder de klanken van “I want to die easy”, een opname waarin Klaas zelf te zien was, werd hij door zijn gezin uitgedragen. “I want to see my Jesus when I die.” Daarna ging de weg naar Urk, zijn geboortegrond, zijn begin, en nu ook zijn laatste rustplaats. Op begraafplaats De Vormt stonden wij opnieuw om hem en zijn familie heen. Daar zongen wij het Onze Vader bij zijn graf, zoals hij dat zelf had gevraagd. Het was de laatste eer van een koor dat hem vrijwel zijn hele leven heeft mogen begeleiden.

Klaas had een rotsvast vertrouwen in zijn bestemming. Hij wist waar hij naartoe ging. Hij wist dat hij mocht thuiskomen. Eens veranderde hij de bekende zin van Psalm 87 in: “Dan zullen daar de Urker Zangers staan.” Het was bedoeld met een glimlach, maar het droeg tegelijk een diepe belijdenis in zich. Klaas geloofde dat het zingen voor Gods aangezicht niet ophoudt bij de grens van dit leven, maar doorgaat; dat je lid wordt van een koor zonder einde.

Wij mogen geloven dat zijn woorden werkelijkheid zijn geworden: “Dan zullen daar de Urker Zangers staan.” En Klaas zingt mee, samen met allen die hem zijn voorgegaan.

Samen met zijn grote zangvriend Wouter de Boer bij Zingen in de Zomer